Kijkgedrag in Virtual Reality Exposure Therapy (VRET)
Een Datagedreven Analyse
Doel van het onderzoek
Het in kaart brengen van het kijkgedrag van gebruikers tijdens VRET-sessies, met focus op de frequentie van videoherhaling en de variatie in exposurecategorieën binnen één sessie. Dit inzicht kan bijdragen aan het optimaliseren van de therapeutische aanpak binnen VR-omgevingen.
Hoe is het onderzocht?
Een retrospectieve analyse is uitgevoerd op 3500+ exposure sessies uit de interne database van Psylaris. Gegevens over videoselectie, herhalingsgedrag en categoriekeuze werden geanalyseerd om patronen en voorkeuren te identificeren.
Wat zijn de uitkomsten?
Videoherhaling: 91,8% van de gebruikers bekijkt een specifieke exposurevideo slechts één keer, wat wijst op een voorkeur voor variatie binnen de therapeutische context.
Categoriekeuze: 40,9% van de sessies bevat uitsluitend video’s binnen één exposurecategorie, terwijl 59,1% video’s uit meerdere categorieën omvat.
Figuur 1. Het aantal herhalingen van dezelfde video binnen 1 sessie
Figuur 2. Het percentage sessies die video’s van dezelfde of verschillende categorieën bevatten
Interpretatie voor de praktijk
De data suggereert dat de meeste gebruikers binnen een sessie voorkeur geven aan diversiteit in exposure scenario’s, mogelijk om meerdere angstreacties te verkennen of om de therapie dynamischer te maken. De relatief lage herhalingsgraad kan erop duiden dat herhaalde blootstelling aan exact dezelfde stimuli minder noodzakelijk wordt geacht of dat gebruikers sneller de behoefte voelen om door te schakelen naar nieuwe scenario’s.
Conclusie
Het kijkgedrag binnen VRET vertoont aanzienlijke variatie tussen gebruikers. Terwijl een deel van de gebruikers zich richt op een specifieke categorie, kiest een meerderheid voor variatie. Dit kan duiden op verschillende behoeften binnen de therapie, zoals de wens tot gestructureerde verdieping versus de behoefte aan een bredere, generalistische aanpak. Gepersonaliseerde aanpassingen in het video-aanbod kunnen bijdragen aan een effectievere en meer op maat gemaakte therapie. Verdere onderzoeken kunnen zich richten op de relatie tussen kijkgedrag en behandeluitkomsten om deze bevindingen te valideren.

