Spring naar content

Kijkgedrag in Virtual Reality Exposure Therapy binnen Psylaris Care

Retrospectieve analyse van routinegebruik

Psylaris

Studietype: retrospectieve observationele databaseanalyse
N: meer dan 3500 exposure sessies uit de interne Psylaris database

Achtergrond en doel
Exposuretherapie is een kerninterventie bij angststoornissen en aanverwante problematiek, waarbij de opbouw, dosering en variatie van blootstelling klinisch relevant zijn. In Virtual Reality Exposure Therapy worden stimuli aangeboden via gesimuleerde scenario’s, vaak in de vorm van video of interactieve omgevingen. Hoewel behandelprotocollen vaak aannames doen over hoe cliënten exposure invullen, is feitelijk gedrag tijdens sessies niet vanzelfsprekend zichtbaar. Dit geldt in het bijzonder wanneer cliënten zelf keuzes maken binnen een contentbibliotheek. De centrale vraag in deze studie was daarom beschrijvend: hoe gebruiken cliënten exposurecontent in VR binnen één sessie. De analyse richtte zich op herhaling van identieke stimuli en op variatie tussen exposurecategorieën. Deze gedragsmaten zijn relevant omdat herhaling van dezelfde stimulus kan aansluiten bij een meer repetitieve aanpak, terwijl variatie tussen stimuli kan aansluiten bij generalisatie en het adresseren van meerdere triggers binnen één sessie. Het doel van deze studie was niet om effectiviteit op symptomen te bepalen, maar om empirisch vast te leggen hoe VR exposure in routinegebruik daadwerkelijk wordt ingevuld.

Methode en dataverzameling
Er is een retrospectieve analyse uitgevoerd op logdata uit de interne Psylaris database. De dataset bestond uit meer dan 3500 exposure sessies. Per sessie zijn variabelen geëxtraheerd die betrekking hebben op videoselectie, het aantal keren dat dezelfde exposurevideo opnieuw werd afgespeeld binnen die sessie, en de categorieën waartoe geselecteerde video’s behoren. De analyse is uitgevoerd op sessieniveau. De resultaten zijn samengevat in frequentieverdelingen en proporties, zodat het dominante gebruikspatroon zichtbaar wordt, maar ook de spreiding tussen sessies. Omdat de dataset routinegebruik betreft, weerspiegelt deze analyse gedrag in een realistische context, inclusief heterogeniteit tussen gebruikers, tussen behandelcontexten en tussen indicaties.

Uitkomstmaten
De primaire uitkomstmaat voor herhaling was het aandeel sessies waarin een specifieke exposurevideo slechts één keer werd bekeken versus één of meerdere keren werd herhaald. De primaire uitkomstmaat voor variatie was het aandeel sessies dat uitsluitend video’s binnen één exposurecategorie bevatte versus sessies die video’s uit meerdere categorieën combineerden. In deze analyse zijn geen klinische uitkomsten zoals symptomatische verandering, behandelduur of therapietrouw meegenomen.

Resultaten
Herhaling van identieke video’s binnen één sessie bleek beperkt. In 91,8 procent van de sessies werd een specifieke exposurevideo slechts één keer bekeken. Voor categoriekeuze werd gevonden dat 40,9 procent van de sessies uitsluitend video’s binnen één exposurecategorie bevatte, terwijl 59,1 procent van de sessies video’s uit meerdere categorieën omvatte. Dit wijst erop dat het dominante patroon in routinegebruik bestaat uit beperkte herhaling en relatief frequente variatie in content binnen dezelfde sessie. Tegelijkertijd laat het aandeel sessies binnen één categorie zien dat verdieping binnen een afgebakend domein eveneens veel voorkomt.

Interpretatie en implicaties voor de praktijk
Deze bevindingen ondersteunen dat cliënten VR exposure op verschillende manieren gebruiken. Het variatiepatroon kan klinisch passen bij het verkennen van meerdere angstprikkels, het testen van verschillende situaties, of het vergroten van generalisatie. Het patroon waarbij men binnen één categorie blijft kan passen bij een meer gefocuste, stapsgewijze opbouw waarbij men binnen één thema blijft. Het lage herhalingspercentage suggereert dat herhaling van exact dezelfde stimulus niet automatisch ontstaat wanneer cliënten vrij kiezen. Wanneer herhaalde blootstelling aan identieke stimuli therapeutisch gewenst is, bijvoorbeeld binnen een habituatiegerichte opbouw, kan dit explicieter moeten worden begeleid via behandelafspraken, instructies of monitoring. Voor productontwikkeling is de boodschap dat het platform zowel variatie als verdieping moet blijven faciliteren, bijvoorbeeld door duidelijke categorisering, navigatie, en ondersteuning van behandelaren bij het structureren van sessies.

Beperkingen
De studie is beschrijvend en observationeel. Daardoor kan niet worden geconcludeerd welk gebruikspatroon het meest effectief is voor symptoomreductie. Daarnaast kunnen contextfactoren, behandelafspraken en instructies het gedrag beïnvloeden zonder dat deze in de logdata zichtbaar zijn. Vervolgonderzoek dat gebruikspatronen koppelt aan behandeluitkomsten is nodig om klinische relevantie verder te kwantificeren.

Conclusie
In meer dan 3500 exposure sessies binnen Psylaris Care werd dezelfde exposurevideo in de meeste sessies niet herhaald en combineerde een meerderheid van sessies meerdere exposurecategorieën. De data tonen daarmee dat VR exposure in routinegebruik vaak wordt ingevuld met variatie, naast een substantiële groep sessies met thematische verdieping.

 

Figuur 1. Aantal herhalingen van dezelfde video binnen één sessie

Figuur 2. Percentage sessies met één categorie versus meerdere categorieën



Download onze 360 video bibliotheek

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*